Elbrus 2007 Voorbereiding

Een beetje op het laatste moment op het idee gekomen om de Elbrus te beklimmen. M’n min-of-meer vaste klimmaat, waarmee ik de afgelopen jaren een respectabel aantal 4000-ers in de Alpen heb beklommen, viel namelijk af omdat ‘ie aan z’n knie geopereerd is. Eigenlijk was ik van plan dit jaar de Ararat te gaan beklimmen met iemand die vorig jaar met ons mee was geweest de Alpen in maar die tot z’n 14-de in Turkije heeft gewoond. We dachten gebruik te kunnen maken van het feit dat hij niet alleen vloeiend Turks spreekt maar tevens de weg daar kent. Deze Groningse ‘Turk’ is echter net van baan verandert en kon daarom van de zomer geen vrij krijgen.

Daarmee kwamen zo’n beetje al m’n plannen voor deze zomer op losse schroeven te staan. Ik had wel vage plannen ooit eens de Elbrus te gaan doen, maar toen ik een paar weken geleden bij een kaderbijeenkomst van onze regio m’n nood klaagde bij één van m’n mede-intructeurs, zei die me dat ik maar eens “Wilco van Rooijen” moest googelen omdat die allemaal leuke dingen deed, Dat heb ik gedaan en zodoende…

Voorbereiding ?!? Tja, wat moet ik me daar nou bij voorstellen ? Ik doe graag en regelmatig aan sport en heb een voor mijn leeftijd een respectabele conditie (alhoewel ik zag dat Ingrid, een van de deelneemsters aan deze expeditie me 4 minuten klopt in de kwart-triathlon). Al is het maar om elke gelegenheid om een berg te beklimmen te baat te nemen… Zo heb ik dit jaar met een vriend en onze beide oudste zoons van 15 een poging ondernomen om de Gran Paradiso te beklimmen. Het leek ons leuk om onze jongens eens een echte, zij het gemakkelijke, 4000-er te laten doen. Helaas is dat mislukt: het was toch nog te vroeg in het jaar dus erg veel sneeuw, zelfs op de steilere stukken waar je met sneeuwschoenen niet ver komt en we op onze stijgijzers tot halverwege onze dijen in wegzakten. Bovendien was het bar slecht weer, zodat ik op een gegeven moment nog maar een paar honderd meter onder de top, toen we elkaar nauwelijks en het spoor al helemaal niet meer konden zien, besloten heb dat we terug moesten gaan. Vorige maand had ik méér geluk. Ik moest voor m’n werk naar Colorado om mee te doen aan een workshop. In eerste instantie had ik afgezegd omdat het qua timing niet zo goed uitkwam. Toen kreeg ik de documentatie van de workshop toegestuurd en zag ik wáár de workshop werd gehouden: ìn, maar dan ook echt ìn, Rocky Mountain National Park. Uiteraard ben ik toen toch gegaan met m’n stijgijzers, pickel, gamaschen enz. in m’n koffer. De paar dagen na de workshop heb ik toen de Longs Peak (4329 m) beklommen in m’n eentje. Natuurlijk niet helemaal kosjer om in je uppie de gletsjer op te gaan, maar het was een prachtige tocht ! Voorbereiding houdt natuurlijk ook in dat je je klimmateriaal nog eens goed tegen het licht houdt. En zo’n tocht naar de Elbrus is natuurlijk een mooie aanleiding om wat nieuwe spullen te kopen. Toen ik vorige week voor m’n werk in San Francisco was, heb ik dan ook van de goedkope dollar geprofiteerd door in de REI mooie nieuwe spullen aan te schaffen!

Longs Peak (Rocky Mountain National Park) 4329 m
Longs Peak – Bivak onder de Keyhole
Longs Peak – Keyhole pas
Longs peak in het ochtendgloren
Longs Peak summit
Rocky Mountain National Park

Visum

Vanmorgen (20 Juli) naar de Russische ambassade geweest om m’n visum aan te vragen. Op de website van de Russische ambassade staat trots vermeld dat het met ingang van 1 juni 2007 slechts één week duurt om een visum te krijgen. Ik besluit daarom het zelf aan te vragen omdat ik tè vaak voor m’n werk naar het buitenland ben om m’n paspoort 2 weken te kunnen missen. Gisteravond teruggekomen van 3 dagen Engeland en vanmiddag op vakantie met m’n gezin… dus vanmorgen maar een visum gaan aanvragen. De ambassade is niet ver weg van m’n werk dus ik wandel via de Javastraat, langs diverse andere ambassades zoals de Argentijnse en Poolse ambassades. Beide keurig in de verf, aangeharkt en representatief, maar dat viel me toen nog niet op. Ik nader de hoek van de Javastraat en de Laan van Meerdervoort, waar de Russische ambassade op nummer 1 gevestigd zou moeten zijn. “Hij is verplaatst”, schiet het door me heen als ik in de verte het gebouw op de hoek ontwaar waar een vies bruinig en gescheurde rood/witte vlag voor de nationale trots van de Russische Federatie poogt door te gaan. Verder hangen er scheve, kapotte jaloezieën voor de ruiten en ziet het er allemaal als een onbewoonbaar verklaard bouwval uit. Echter, een keer om de hoek, waar de ingang blijkt te zijn, blijkt de ambassade wel degelijk in gebruik. De deur is dicht en een bord geeft aan dat consulaire diensten alleen tussen 10 en 13 u beschikbaar zijn. Op de website stond toch dat ‘ie 9 uur open zou gaan ? Het is nu 9:20 u. Ik sta kennelijk duidelijk te aarzelen wat te doen als een wachtende taxichauffeur me toeroept: “Ring the bell on the right ! Just ring!”. Inderdaad zit rechts een bel. Ik bel aan en de deur wordt meteen opengedaan. “Ik kom voor een visum” zeg ik en de man die opendeed, wijst naar een rij. Ik loop erheen en waan me in een voormalig Oostblokland. Het ziet er allemaal armetierig en vervallen uit. Het is er warm. Er zijn twee loketten: achter de één zit een oudere vrouw en er staat een vrouw voor met kratten vol paspoorten en aanvraagformulieren. Later realiseer ik me dat dit waarschijnlijk de juffrouw van de Visumdienst is die alle aanvragen stuk-voor-stuk inlevert. Ze is een duidelijke routinier. Zodra de oude vrouw achter het loket piept, verdwijnt de aanvraag flux in een kratje op de grond. Zo niet de personen in de rij voor het andere loket, waarachter een jonge aantrekkelijke, maar uiterst weinig toeschietelijke blondine zit. Ik ben de zevende in de rij en het lijkt allemaal niet vlot te gaan. De persoon die aan de beurt was toen ik binnenkwam, loopt met een licht verbijsterde blik weg waarna een –kennelijk Russische- man aan de beurt is. Die krijgt na enige tijd een stapel formulieren mee en gaat aan een tafeltje braaf de gigantische stapel invullen waarbij hij af en toe even terugloopt naar het loket om iets te vragen. De volgende man die aan de beurt werkt voor Interfax en moet maandag naar Moskou. “Express visa bestaan niet meer”, herhaalt de blondine als een kapotte grammofoonplaat telkens weer. De man heeft geen verklaring dat ‘ie verzekert is voor medische kosten. Hij krijgt een faxnummer op een vodje papier mee om de gegevens te faxen, maar zal z’n visum niet vóór maandag krijgen terwijl hij z’n vroege vlucht voor maandag al geboekt heeft… De volgende persoon blijkt weer een Rus. Die krijgt ook weer huiswerk en gaat braaf aan de slag. De volgende is aan de beurt: een mevrouw met wèl een hotelreservering, maar géén bevestiging. “Ja maar, het reisbureau zei dat dit voldoende was” is haar verweer. Ik hoor het, inmiddels bekende, riedeltje: “Oe chebt vier dokoementen nodig: pasport, hotelbevestigieng, verklarieng ziektekosten verzekerieng, visa-formoelier”. Ook deze mevrouw druipt af. Ik begin me ondertussen zorgen te maken of mijn formulieren wel kloppen. De man voor me is aan de beurt. Weer een zakenman, een Zuidafrikaanse bierbrouwer. Maar weer klinkt het “Oe chebt vier formoelieren…”. Hij blijkt geen verzekeringsverklaring te hebben en, hoewel pratend als Brugman, komt ‘ie geen stap verder met de onverstoorbare blonde schoonheid: “Oe chebt vier formoelieren nodig”. Duidelijk ontstemt, verdwijnt de man. Ik ben aan de beurt. De blondine is in gesprek met een vrouw ergens achter haar in het kantoortje. Ik wacht geduldig, terwijl ik me afvraag of er ooit iemand wèl eens met succes iets afrondt hier,  tot ze met een ongeduldig handgebaar aangeeft dat ik m’n formulieren kan geven. Ik krijg ze vrijwel meteen weer teruggeschoven. Gelukkig blijk ik alleen m’n handtekening helemaal onderaan vergeten. Maar verder lijkt alles helemaal picobello in orde, want de blondine vouwt de formulieren op en sist: “Twee augoestoes”. Twee augustus ? “Twee augoestoes, klaar” zegt ze. Yep, het is gelukt: over anderhalve week kan ik kennelijk m’n visum komen halen. Met een blauw formuliertje in m’n hand loop ik uit dit Sovjet-reservaat weer naar buiten waar aan de ene kant van de deur de Interfax-man en aan de andere kant de Heineken-man druk gesticulerend in hun mobieltje staan te praten.